Tweez
Tweez klinkt alsof Slint nog niet besloten heeft welke vreemde ideeën wel en niet in een liedje passen. De gitaren zijn scherp, de bas is nadrukkelijk aanwezig en ritmes kunnen halverwege een andere kant opgaan. Gesprekken en korte stemfragmenten blijven tussen het spel hangen. Het geeft dit debuut een ruw karakter dat soms rommelig is, maar zelden onpersoonlijk.
Ron komt na de studio-opmerking over een koptelefoon stevig binnen. De gitaarlijnen steken uit en de bas geeft het nummer een duidelijke beweging. De verschillende onderdelen volgen elkaar snel op, zonder dat de muziek simpelweg op snelheid vertrouwt. Nan Ding laat daarna een zachtere kant horen, met heldere gitaar en stemmen op de achtergrond. Het verschil maakt de plaat meteen breder dan alleen een reeks lawaaierige uitbarstingen.
Charlotte gebruikt sterke tempowisselingen om zijn onrust te vergroten. Dat kan spannend zijn, al klinkt de overgang tussen de ideeën niet altijd even overtuigend. In Darlene grijpen gitaar en bas juist op een prettig herhalende manier in elkaar. De band kan met dezelfde middelen een veel rustiger effect bereiken. De spanning zit dan meer in de verhoudingen dan in de hoeveelheid herrie.
Afsluiter Rhoda heeft meer doorgaande vaart en ruimere gitaarpartijen. Het geeft de korte plaat een duidelijk slot. Onderweg zijn er ook stukken waar de scherpe klank of een te lang aangehouden idee de aandacht minder goed vasthoudt. De ruwe afwerking is onderdeel van de aantrekkingskracht, maar maakt niet elke keuze automatisch sterk.
Tweez is vooral interessant als een op zichzelf staande plaat met een eigen onhandige energie. De nummers hoeven niet alleen als voorbereiding op Spiderland te worden gehoord. Slint heeft hier al een herkenbare wisselwerking tussen bas, gitaar en ritme. De beste momenten gebruiken de vreemde onderbrekingen om iets levendigs te maken, zonder dat de band alle controle hoeft op te geven.
