Y

Y

Y maakt zijn spanning lichamelijk voelbaar. De drums van Bruce Smith en de bas van Simon Underwood kunnen een stevige funkritmiek neerzetten, maar de klanken eromheen blijven niet netjes op hun plek. Gitaren snijden door de maat. Saxofoon onderbreekt. Mark Stewart beweegt tussen zacht gemompel en een onbeheerste kreet. De muziek heeft genoeg beweging om je mee te trekken voordat de lastigere onderdelen het overnemen.

Thief Of Fire maakt die aanpak duidelijk. De bas geeft het nummer richting, terwijl gitaren en saxofoon voor een veel minder vaste omgeving zorgen. Stewarts stem vergroot de spanning zonder een gewone melodische hoofdrol te krijgen. Snowgirl blijft nog minder op zijn plek. Piano, abrupte gitaar en een vreemd pakkende zangpartij trekken verschillende kanten op.

De plaat weet ook wanneer de aanval kleiner moet worden. Savage Sea maakt ruimte voor een rustiger passage rond piano. Blood Money beweegt verder weg van een gewone song en laat bewerkte klanken en ruis de sfeer bepalen. Deze stukken vullen meer dan alleen de gaten tussen luidere nummers. Ze veranderen het gevoel van ruimte en maken de volgende uitbarsting minder voorspelbaar.

We Are Time geeft de gitaren een bijzonder krachtige rol. Don’t Call Me Pain stuurt zijn saxofoonopening richting vrijer, chaotischer spel. Afsluiter Don’t Sell Your Dreams laat meer ruimte tussen de instrumenten en eindigt in een uitgeputte stemming. Die afwisseling houdt de plaat bij elkaar zonder haar karakter vriendelijker te maken.

De aanpak heeft een prijs. Stewarts woorden kunnen in de mix verdwijnen. De voortdurende onvastheid biedt weinig gemakkelijke verlichting. Toch geeft de sterke ritmesectie de experimenten een middelpunt. Y blijft meeslepend doordat lawaai, beweging en woede samenwerken, ook wanneer de songs bijna uit elkaar lijken te vallen.