De Stijl

De Stijl

De Stijl heeft meer kleuren dan de eenvoudige bezetting van The White Stripes doet vermoeden. Jack en Meg White bewegen tussen garagerock, blues, akoestische liedjes en piano zonder dat de plaat zijn samenhang verliest. De productie houdt alles dichtbij. Er staat weinig tussen het spelen en het resultaat, waardoor een klein verschil in aanslag of zang direct opvalt. Juist dat maakt dit tweede album zo prettig levendig.

"You're Pretty Good Looking (For a Girl)" begint met een compacte popmelodie. "Hello Operator" zet daar een stevige stamp en mondharmonica tegenover. Die twee nummers geven meteen aan hoe breed het duo binnen een beperkt geluid kan werken. Het ene draait om een refrein dat blijft hangen, het andere om ritme en een gitaar die lekker schuurt. Geen van beide heeft veel tijd nodig.

"Apple Blossom" laat met zijn piano een andere kant horen. Het nummer is bijna theatraal, maar blijft klein genoeg om bij de rest te passen. De versie van Son House' "Death Letter" trekt de blues juist nadrukkelijk naar voren. "I'm Bound to Pack It Up" zoekt vervolgens meer rust met akoestische gitaar. Die overgangen voelen logisch, omdat Jack steeds een duidelijke melodie of herkenbare beweging centraal zet. "Sister, Do You Know My Name?" kan daardoor met veel minder kracht toch spanning vasthouden.

De losse uitvoering heeft ook nadelen. De drums zitten niet altijd strak op de gitaar en Jacks nasale zang kan opvallen waar het arrangement dunner wordt. Later verliezen "Let's Build a Home" en "Jumble, Jumble" iets van de scherpte van het begin. Dat maakt De Stijl geen perfect glad geheel. Het past wel bij een plaat die zijn karakter uit directheid haalt. De beste momenten zijn slim geschreven en eenvoudig gebracht. Daarmee geeft dit duo zijn oude blues- en rockinvloeden een eigen, overtuigende vorm.