Eternal Return
Eternal Return maakt Windhands zware gitaren gemakkelijker te volgen zonder hun ruwe rand kwijt te raken. De zang van Dorthia Cottrell staat duidelijker vooraan en de riffs hebben een helderdere vorm. De band verandert zijn geluid niet ingrijpend, maar laat melodie en afwisseling meer werk doen.
Grey Garden geeft die aanpak een sterk middelpunt. De gitaarpartijen houden het trage gewicht vast, terwijl de melodieuze verschillen meer nadruk krijgen. De zang beweegt daar overtuigend doorheen. Het nummer klinkt nog steeds zwaar, maar sluit de luisteraar minder buiten dan een volledig dichtgesmeerde productie zou doen.
First to Die heeft meer vaart en een directere opbouw. De compactere riffs en duidelijkere zanglijn maken het nummer sneller herkenbaar. Zulke stukken geven de plaat een bruikbaar tegenwicht tegen de langere, tragere vormen. Windhand laat horen dat een sterker liedje niet ten koste hoeft te gaan van het eigen geluid.
Ook het rustigere Pilgrim's Rest kiest een andere invulling. Cottrell krijgt hier begeleiding van de band in plaats van alleen een sobere akoestische basis. Daardoor blijft het nummer dichter bij de rest van de plaat, terwijl de intensiteit wel verandert. Het lange Feather sluit af met een onheilspellend begin en uitgebreid gitaarwerk dat langzaam wordt ontwikkeld.
De lengte blijft de grootste uitdaging. Verschillende nummers bewegen op vergelijkbare tempi en gebruiken verwante riffpatronen. De extra helderheid maakt ze niet automatisch allemaal even onderscheidend. Toch overtuigt Eternal Return door de uitvoering en de sterkere melodieën. De kortere stukken brengen meer directheid, terwijl de grotere vormen genoeg van Windhands karakter bewaren. Het resultaat is een toegankelijke doommetalplaat binnen een vast geluid: zwaar en traag, maar met een stem en een reeks gitaarlijnen die meer doen dan alleen de ruimte vullen.
