Miserable
Miserable vraagt vooral dat je meegaat in zijn tempo. Bongripper verdeelt ruim een uur over drie instrumentale stukken en laat de riffs langzaam hun werk doen. De gitaren klinken log en zwaar, maar de kracht zit ook in de veranderingen die pas na enige tijd duidelijk worden.
Endless begint met langzaam aanzwellende klanken voordat de band een traag ritme neerzet. De riff krijgt veel ruimte om zich vast te zetten. De muziek gebruikt herhaling om de spanning te vergroten, waarna de feedback tegen het einde de klank ruwer maakt. De opbouw blijft eenvoudig, maar de uitvoering geeft de noten genoeg gewicht.
Descent zet de bas en de drums nadrukkelijker vooraan. De directere ritmische beweging vormt een bruikbaar verschil met de opener. Later verandert het geluid in een donkerder, losser achtergrondstuk. Die overgang geeft de plaat ruimte, al duurt het rustige gedeelte langer dan nodig is om de sfeer vast te houden.
Het lange Into Ruin neemt bijna een halfuur in beslag. De muziek komt geduldig op gang en groeit uit tot bijzonder zwaar gitaarwerk. Een kortere versnelling laat onderweg horen dat Bongripper meer kan veranderen dan alleen het volume, maar de trage basis blijft het uitgangspunt. De gitaarpartijen dragen de volledige ontwikkeling zonder dat een stem de aandacht hoeft te sturen.
Die aanpak werkt het best wanneer je de afzonderlijke veranderingen wilt volgen. Wie vooral snel herkenbare songs zoekt, zal de herhaling en de duur al gauw te veel vinden. Zelfs binnen dit soort muziek had een iets strakkere selectie de vaart geholpen. Toch overtuigt Miserable door de kwaliteit van zijn riffs en de zorgvuldige manier waarop de band ze groter laat worden. Het album maakt van geduld een belangrijk onderdeel van zijn effect. De zware klank is het beginpunt; de ontwikkeling erbinnen geeft de plaat haar karakter.
