Dopesick
Dopesick houdt de zware blues van Eyehategod in beweging door er telkens hardcore doorheen te laten breken. De plaat klinkt dicht en agressief, maar blijft niet onafgebroken op dezelfde lage snelheid hangen. Juist de korte versnellingen maken de terugkeer naar een slepende riff zo effectief. Het is een harde plaat met meer ritmisch leven dan de eerste indruk misschien laat horen.
Mike Williams maakt die eerste indruk bepaald niet vriendelijker. Zijn stem is schor en scherp, zonder de gebruikelijke afstand tussen een zanger en zijn materiaal. De gitaren van Jimmy Bower en Brian Patton geven zijn uitbarstingen iets stevigs om zich tegen af te zetten. Hun riffs hebben vaak een duidelijke rockbasis, ook wanneer de uitvoering behoorlijk uit elkaar lijkt te vallen.
Dixie Whiskey laat horen hoe direct die aanpak kan zijn. De centrale riff heeft de aantrekkingskracht van oude Black Sabbath, maar krijgt hier een onrustiger omgeving. Peace Thru War (Thru Peace and War) gebruikt de afwisseling tussen punktempo en zware groove om het nummer telkens opnieuw aan te zetten. Zero Nowhere zoekt zijn kracht juist in een laag en hardnekkig herhaald gitaarpatroon. De band heeft weinig versiering nodig om dat te laten werken.
De productie houdt de drums nadrukkelijk aanwezig en maakt de gitaren dik zonder hun ruwe rand te verwijderen. Dat helpt de verschillende ritmes, al blijft de totale klank erg vermoeiend. Niet elk nummer voegt genoeg nieuws toe aan de formule om de aandacht vanzelf vast te houden.
Dopesick werkt het best wanneer je die beperkte middelen als uitgangspunt accepteert. De afwisseling zit in de riffs, de korte versnellingen en het samenspel, terwijl de stemming vrijwel voortdurend onder druk blijft staan. Binnen die grenzen maakt Eyehategod bijzonder krachtige muziek.
