Houdini

Houdini

Houdini maakt de vreemde zwaarte van Melvins relatief toegankelijk. De riffs krijgen duidelijkere vormen en sommige songs hebben een directheid die je bijna gewone rock zou kunnen noemen. Dat blijft maar een deel van het verhaal. Buzz Osborne en Dale Crover houden genoeg scherpe hoeken en onverwachte bewegingen over om de plaat voortdurend een eigen karakter te geven.

Hooch is daar een sterk begin van. Crovers drums zetten het nummer neer voordat de gitaar zijn zware patroon begint. Het ritme geeft die eenvoudige beweging karakter. De slagen hebben genoeg verschil in nadruk om de riff telkens anders te laten landen.

Night Goat kiest voor een veel slepender gevoel. De muziek blijft hardnekkig rond zijn riff bewegen en maakt juist van die beperking iets dreigends. Het nummer geeft de lage gitaren alle ruimte om hun werk te doen. Honey Bucket slaat vervolgens een heel andere kant op. De korte, felle aanval brengt de punkkant naar voren, met gejaagde gitaren en drums die even overtuigend duwen als in de langzame stukken.

Die verschillen zijn belangrijker dan een keurige lijn van begin tot eind. De plaat laat ruimte voor uitstapjes die niet allemaal even sterk werken. Vooral de lange percussieafsluiter Spread Eagle Beagle vraagt meer geduld dan de beste songs nodig hebben. De vrijheid kost het album daar samenhang.

Toch maakt die onvoorspelbaarheid ook duidelijk waarom Houdini zo overtuigend is. De band schrijft herkenbare riffs zonder zich vast te leggen op een comfortabele vorm. Crover blijft een bepalende muzikale stem naast de gitaar. De beste momenten combineren kracht en eigenaardigheid zo vanzelfsprekend dat de minder gerichte stukken de plaat niet kunnen overschaduwen.