What One Becomes
What One Becomes laat SUMAC de grens tussen een vaste compositie en vrij samenspel opzoeken. Zware riffs geven de muziek herkenbare vormen, maar de band laat die geregeld los voor ruis, stiltes en onvoorspelbare wendingen. De kracht zit in de manier waarop de drie muzikanten elkaar blijven vinden. De stukken kunnen alle kanten op zonder hun gewicht kwijt te raken.
Image of Control maakt die spanning meteen duidelijk. De opening bestaat uit schurende gitaar, cymbalen en een stem die uit de verte lijkt te komen. Wanneer het geluid wegvalt en een losse riff overblijft, krijgt de muziek plots meer richting. De terugkeer van de volledige band voelt daardoor bijzonder krachtig. De onrust heeft de volgende zware beweging voorbereid.
De drums zijn daarbij meer dan begeleiding. Nick Yacyshyn geeft de losse onderdelen een ritmische basis en houdt ook de vreemde overgangen bij elkaar. Brian Cooks bas ondersteunt die beweging, terwijl er tussen de brede gitaarakkoorden ook ruimte voor melodie ontstaat. Aaron Turners stem maakt de klank nog ruwer, zonder overal de hoofdrol op te eisen.
Rigid Man laat de spanning uiteindelijk uitkomen in een bijzonder krachtig slot. Will to Reach heeft juist een directer, feller begin en groeit vervolgens naar een brede afsluiting. Die momenten maken duidelijk hoe overtuigend de band een riff kan uitwerken wanneer het samenspel echt op zijn plaats valt.
Niet iedere omweg verdient evenveel ruimte. Vooral Blackout rekt zijn ideeën behoorlijk ver uit, waardoor de overgangen soms meer als losse onderdelen dan als één compositie voelen. What One Becomes vraagt daardoor geduld dat niet overal even goed wordt beloond. Toch blijven de beste passages indrukwekkend. SUMAC maakt van herhaling, gewicht en ritmische vrijheid een eigen taal, met genoeg muzikaal karakter om ook de onhandige stukken interessant te houden.
