Satan Worshipping Doom
Satan Worshipping Doom heeft geen zang nodig om zijn vier lange nummers een duidelijke vorm te geven. Bongripper laat zware gitaren, lage bas en stevige drums samen de beweging bepalen. Het tempo blijft vaak laag, maar de muziek verandert genoeg om meer te worden dan één uitgerekte riff.
Hail begint met de logge zwaarte die de plaat grotendeels kenmerkt. De ritmesectie houdt het geheel stevig bijeen terwijl het gitaarwerk zijn patronen geleidelijk aanpast. Kleine versnellingen en vertragingen maken verschil, juist omdat de band de basis zo duidelijk neerzet. De instrumenten hoeven niet voortdurend van rol te wisselen om de aandacht vast te houden.
Satan zet daar een veel snellere beweging tegenover. Na een onrustige aanloop krijgt het gitaarwerk een fellere, bijna blackmetalachtige richting. De terugkeer naar de tragere zwaarte voelt daardoor overtuigender. Het nummer laat goed horen hoeveel effect een duidelijk tempoverschil kan hebben binnen dit geluid.
In Worship krijgt de melodieuze gitaar meer ruimte boven de langzame riff. Een rustiger gedeelte opent het nummer verder, waarna de leads richting het einde nadrukkelijker naar voren komen. Dat geeft de muziek een andere emotionele kleur zonder het gewicht kwijt te raken. Het is een van de sterkste voorbeelden van hoe de band een lange vorm kan laten groeien.
De afsluitende droneachtige opbouw duurt wat langer dan nodig is om zijn punt te maken. Daardoor bereikt niet ieder deel dezelfde balans tussen geduld en ontwikkeling. Toch blijft Satan Worshipping Doom een bijzonder sterke instrumentale sludgeplaat. De riffs zijn herkenbaar, de tempoveranderingen hebben een functie en de gitaren krijgen voldoende ruimte om meer dan zwaarte alleen te bieden. Bongripper maakt zijn beste indruk wanneer de lange herhaling uitloopt op een verandering die echt verschil maakt.
