Four Phantoms
Four Phantoms haalt zijn zwaarte uit de ruimte tussen de onderdelen. Bell Witch laat de bas lang doorklinken, geeft de drums tijd om een accent te laten aankomen en wisselt diepe stemmen met helderder gezang af. De muziek gaat extreem langzaam, maar staat daardoor niet stil.
De bas is zowel fundament als melodie-instrument. De vervorming geeft de laagste partijen gewicht, terwijl hogere lijnen de nummers een herkenbare vorm geven. Het drumwerk hoeft daarbij geen vol patroon in te vullen. Juist de plaatsing van de slagen bepaalt wanneer de muziek verder groeit en wanneer de spanning mag blijven hangen.
Suffocation, A Burial: I - Awoken (Breathing Teeth) zet de grote opzet meteen neer. De lange opening van de plaat gebruikt trage, zware bewegingen en een harde zangstem, maar laat ook veel ruimte tussen de instrumenten. De melodieën kunnen daardoor opvallen zonder dat het geluid voortdurend lichter hoeft te worden.
Judgement, In Fire: I – Garden (Of Blooming Ash) legt meer nadruk op het heldere, bijna koorachtige zingen. Dat verandert de stemming van de zware muziek. De trage basis blijft overeind, terwijl de zang er een andere beweging boven zet. De plaat laat op zulke momenten goed horen hoe weinig extra middelen nodig zijn om een groot verschil te maken.
De vier uitgebreide nummers vragen wel een ruime hoeveelheid aandacht. De muziek geeft weinig snelle aanknopingspunten en gebruikt dezelfde sombere intensiteit lang achter elkaar. Wie zich daarop instelt, krijgt veel terug. De baslijnen en stemmen geven de zware klank genoeg kleur om de lange vormen te dragen. Four Phantoms is bijzonder overtuigend doordat de melodie niet achteraf aan de zwaarte wordt toegevoegd. Beide komen uit hetzelfde spel voort, met een ritmesectie die weet wanneer de ruimte meer zegt dan nog een extra slag.
