The Skull
The Skull houdt Trouble dicht bij de zware riffs en donkere melodieën van Psalm 9. De band zoekt geen nieuwe buitenkant voor zijn muziek. De aandacht gaat naar het samenspel van de gitaren, de verschillende tempo's en Eric Wagners doorleefde stem. Dat levert een doomplaat op die somber is, maar genoeg beweging heeft om niet vast te lopen.
Pray for the Dead begint met een stevige groove. De riffs hebben een bluesachtige zwaarte en laten voldoende ruimte voor de zang. Wagner klinkt gespannen en wat nasaal, maar zijn voordracht heeft een duidelijke persoonlijkheid. Hij hoeft de gitaren niet te overstemmen om de aandacht vast te houden.
Fear No Evil is een van de directste nummers. De afwisseling tussen doorstuwende stukken en korte onderbrekingen geeft de riffs extra vaart. De solo's en het herkenbare refrein maken de song toegankelijk zonder het gewicht kwijt te raken. Hier werkt de combinatie van doom en traditionele metal bijzonder goed.
The Wish kiest een veel ruimere vorm. Akoestische gitaar en strijkachtige klanken openen een compositie waarin verschillende riffs en lange melodische lijnen elkaar opvolgen. De band probeert zijn gevoel over een grotere afstand uit te werken. Niet iedere passage is even noodzakelijk, maar de beste momenten maken duidelijk waarom deze muziek meer ruimte wil dan een gewone rocksong.
Die beperking geldt ook wat breder. Sommige ideeën keren zo herkenbaar terug dat de verrassing afneemt. De plaat is niet overal zo strak en direct als het beste werk op het debuut. Toch blijven de twee gitaren elkaar overtuigend aanvullen en geeft Wagners stem de songs een eigen gezicht. De religieuze thema's veranderen daar weinig aan: muzikaal draait The Skull om zware riffs en tastbaar verdriet. Wie van traditionele doom houdt, vindt hier veel sterke melodieën en overtuigend samenspel, ook als niet ieder nummer even hard aankomt.
