Future’s Shadow Part 1: The Clandestine Gate
The Clandestine Gate maakt de lange vorm van Bell Witch opnieuw tot het uitgangspunt. Het werk neemt ruim de tijd voor iedere verandering en laat bas, drums en stemmen vaak op grote afstand van elkaar bewegen. De extra rol van orgel en toetsen maakt het geluid vloeiender, zonder de zware basis weg te nemen.
De opening vertrouwt eerst op lang aangehouden orgelklanken. De ruimte blijft leeg genoeg om iedere nieuwe toon te laten opvallen. Wanneer de bas en drums meer gewicht toevoegen, voelt dat als een echte verandering in schaal. De band maakt de overgang overtuigend door niet te snel zijn volle kracht te gebruiken.
De zang ligt dieper in het geheel dan voorheen. Heldere stemmen en harde uithalen worden onderdeel van dezelfde achtergrond en trekken de muziek niet steeds nadrukkelijk naar zich toe. Dat versterkt de samenhang, maar maakt het werk ook minder direct. De melodieën komen vaker uit de gezamenlijke klank dan uit één duidelijk vooraan geplaatste partij.
Een donkerder gedeelte rond de bas geeft de lange opbouw later een andere kleur. De geplukte tonen klinken aardser en scherper afgetekend dan de bredere klanken eromheen. Tegen het einde krijgen losse noten weer meer ruimte om uit te klinken. De plaat bewaart zo verschillende soorten spanning binnen hetzelfde trage tempo.
Niet iedere passage heeft evenveel ontwikkeling nodig om haar punt te maken. Sommige overgangen duren lang en de afsluiting geeft minder van een grote ontlading dan de opbouw laat verwachten. Toch blijft The Clandestine Gate overtuigen door de zorgvuldige klankverdeling. Bell Witch laat de zware passages groeien uit de rust en maakt de stemmen onderdeel van het gehele geluid. Wie tijd maakt voor die aanpak, vindt veel kleine veranderingen die samen een sterk geheel vormen. Het is veeleisende doom die zijn omvang meestal met aandacht en duidelijke keuzes onderbouwt.
