I Be Trying
Cedric Burnside heeft op I Be Trying weinig nodig om een nummer karakter te geven. Een gitaarpatroon, een stevig ritme en zijn warme stem vormen meestal de basis. De arrangementen blijven open, waardoor kleine veranderingen in zijn spel en zang duidelijk hoorbaar zijn. Deze hillcountryblues klinkt direct, maar heeft genoeg eigenheid om meer te zijn dan een oefening in traditie.
The World Can Be So Cold zet meteen een sobere toon. De gitaar en drums houden het nummer in beweging, terwijl Burnsides zang de eenzaamheid voelbaar maakt. Er zit geen grote productie tussen de uitvoering en de luisteraar. Juist die nabijheid geeft de opening gewicht.
Step In brengt meer vaart en een steviger rockgevoel. De slidegitaar van Luther Dickinson maakt het geluid breder zonder de eenvoudige basis weg te drukken. Ook Keep On Pushing profiteert van zijn bijdrage, maar kiest voor een langzamer en zwaarder ritme. Het verschil laat horen hoeveel beweging Burnside binnen een beperkte bezetting kan maken.
Het titelnummer krijgt een lichtere kleur door de achtergrondzang van zijn dochter. De muziek klinkt opgewekt, terwijl de tekst gaat over proberen een beter mens te worden. Dat maakt het geen gladgestreken boodschap: de stem houdt voldoende ruwe randjes om de moeite achter die goede bedoeling hoorbaar te laten.
De bewerkingen van Bird Without A Feather en Hands Off That Girl passen vanzelfsprekend naast het eigen materiaal. Burnside houdt de herkenbare bluesbasis overeind, maar geeft de nummers voldoende persoonlijkheid. Later zorgt Get Down voor een nadrukkelijk dansbaarder moment.
I Be Trying zoekt zijn afwisseling in ritme, klank en voordracht. Wie grote arrangementen of lange gitaarsolo's verwacht, zal moeten wennen aan die aanpak. De aantrekkingskracht zit juist in de aandacht voor het kleine. Burnside speelt en zingt met genoeg overtuiging om eenvoudige onderdelen tot sterke liedjes te maken. Het is een warme, ongepolijste plaat die haar muziek geen moment ingewikkelder maakt dan nodig.
