Digimortal
Op Digimortal maakt Fear Factory zijn muziek compacter en makkelijker toegankelijk. De strakke ritmes en zware gitaren zijn nog duidelijk aanwezig, maar de nummers zoeken sneller hun refrein op. Burton C. Bell wisselt ruwe zang af met veel melodie. De plaat heeft daardoor een ander soort aantrekkingskracht dan de agressievere eerdere albums, ook al blijft de combinatie van mens en machine herkenbaar.
What Will Become opent met genoeg gewicht om de vertrouwde kracht te laten horen. De gitaar en drums sluiten nauw op elkaar aan en de elektronica geeft het geluid een koele rand. Het titelnummer gebruikt vervolgens vooral de verhouding tussen ritme en zangmelodie. Linchpin zet die benadering nog duidelijker neer. Het refrein biedt een makkelijke ingang, terwijl de stevige begeleiding voorkomt dat de spanning helemaal verdwijnt.
De rustigere stukken werken verrassend goed binnen die aanpak. Invisible Wounds (Dark Bodies) en (Memory Imprints) Never End brengen een melancholieke kleur naar voren en geven Bells heldere stem meer ruimte. De band laat daar horen dat terughoudendheid ook iets kan toevoegen. Het album heeft zulke verschillen nodig om meer te zijn dan een herhaling van dezelfde compacte opbouw.
Helemaal overtuigend is de koerswijziging niet. De felste momenten halen niet dezelfde dreiging als het eerdere werk, en de rapbijdrage van B-Real op Back the Fuck Up voegt minder toe dan de aanwezigheid van een gast doet vermoeden. Ook het verhaal over technologie en menselijkheid is minder bijzonder dan de presentatie suggereert. De muziek werkt het best wanneer de band zich op een duidelijk nummer richt.
Digimortal blijft daarmee een wisselvallige maar goed gespeelde plaat. De sterke refreinen, heldere melodieën en nauwkeurige ritmes maken hem toegankelijk zonder de identiteit van Fear Factory helemaal weg te nemen. Verwacht vooral een andere balans, met een paar overtuigende zachtere momenten tussen het zwaardere werk.
