Filth Pig
Filth Pig maakt het zichzelf en de luisteraar niet gemakkelijk. Ministry vertraagt, zet de gitaren nadrukkelijker vooraan en laat een groot deel van de vertrouwde elektronische drukte weg. Daar komt een stroperig, smerig geluid voor terug. De plaat heeft nog steeds iets mechanisch, maar de beweging voelt zwaarder en minder strak afgebakend dan op de eerdere industrialalbums.
Reload begint kort en onrustig, waarna het titelnummer het tempo veel verder laat zakken. De riffs krijgen tijd om zich vast te zetten en zelfs een mondharmonica vindt een plek in de vervorming. Lava houdt die zware aanpak vast. Het zijn nummers waarin de ritmes bijna meer bepalen dan de melodieën. De bas en drums dragen veel gewicht, terwijl Al Jourgensens zang tussen de instrumenten door schuurt.
Dat levert een sterke sfeer op, maar ook een duidelijk probleem. Wanneer een riff lang blijft terugkomen en de klanken weinig ruimte krijgen, wordt de druk soms vooral vermoeiend. Niet iedere herhaling maakt het nummer spannender. Het midden van de plaat heeft daardoor momenten waarop de songs minder goed van elkaar te onderscheiden zijn dan hun afzonderlijke ideeën verdienen.
The Fall brengt opnieuw wat kleur in het geheel, met piano die de donkere stemming op een andere manier vasthoudt. De cover van Bob Dylans Lay Lady Lay is een nog opvallender onderbreking. De melodie blijft herkenbaar en de bas houdt de beweging gaande, ook al staat deze zachtere benadering wat los van de rest.
Filth Pig is vooral interessant omdat Ministry een ongemakkelijke richting serieus onderzoekt. De combinatie van trage riffs, ruwe ritmes en onvriendelijke klanken heeft een eigen aantrekkingskracht. Een strakkere selectie had de plaat sterker gemaakt, maar wie zich in deze zware, onrustige sfeer kan vinden, krijgt veel meer dan een herhaling van eerder succes.
