Quiet Signs

Quiet Signs

Quiet Signs begint met een kleine stap naar binnen. Opening Night bestaat uit spaarzame pianotonen die wat lijken te zweven. De toon is meteen gezet: Jessica Pratt maakt muziek waarin stilte en afstand net zo belangrijk zijn als de melodie. Toch voelt dit album ook zekerder dan zijn zachte geluid doet vermoeden.

Het is haar eerste plaat uit een professionele studio. Die ruimte wordt gebruikt voor extra kleur, zonder de liedjes vol te stoppen. Gitaar en stem blijven centraal staan. Piano, orgel en fluit duiken daaromheen op, terwijl de galm de muziek groter laat klinken dan de bezetting is.

In This Time Around ondersteunt een ontspannen orgel de zang. De melodie heeft iets donkers, maar de rustige beweging maakt het nummer niet zwaar. Pratts uitspraak blijft opvallend: woorden kunnen vervagen doordat ze klinkers buigt en uitrekt. De stem draagt haar gevoel ook wanneer je niet iedere zin meteen kunt volgen.

Here My Love krijgt een lichte bossanovaschommeling en zachte toetsen. Poly Blue klinkt helderder, met fijn gitaarspel en bescheiden bijdragen van piano en fluit. Die liedjes laten horen hoeveel verschil een klein arrangement kan maken. De intimiteit blijft overeind, ook nu de opnamen meer ruimte hebben.

Aan het einde van Fare Thee Well komt de fluit nadrukkelijker naar voren. Crossing zoekt juist een donkerder sfeer met geplukte gitaar. Het zijn geen grote stijlwisselingen, maar genoeg om de negen nummers elk een eigen karakter te geven.

De ingehouden voordracht vraagt wel aandacht. Quiet Signs werkt met kleine verschuivingen en geeft zijn woorden niet altijd gemakkelijk prijs. Daar staat een mooi samenhangend album tegenover. Pratts gitaarspel is sober en ritmisch, haar stem zacht maar overtuigd. De extra studiokleuren maken dat karakter nog duidelijker.