Shaken by a Low Sound

Shaken by a Low Sound

Shaken by a Low Sound geeft oude liedjes een herkenbaar eigen geluid. Crooked Still bouwt zijn arrangementen vooral rond banjo, cello en contrabas. Daarboven beweegt de lichte, heldere stem van Aoife O'Donovan. De lage snaren maken de muziek stevig, terwijl haar zang juist veel ruimte en lucht meebrengt. Dat verschil blijft de hele plaat boeiend.

De versie van Bill Monroes Can't You Hear Me Callin' laat de bluegrasswortels meteen horen. Toch trekt de cello het geluid al snel een andere kant op. De instrumenten reageren soepel op elkaar en houden de melodie voorop. De technische vaardigheid zit vaak in kleine verschuivingen tussen de partijen.

In Little Sadie komen vaart en weemoed opvallend goed samen. Het verhaal is donker, maar de uitvoering blijft levendig. De banjo en de lage strijkers geven de zang een beweeglijke ondergrond. De band maakt er geen grote dramatische scène van; de spanning ontstaat juist door het samenspel.

Oxford Town/Cumberland Gap verbindt Bob Dylans lied aan een traditionele melodie. De overgang houdt de energie vast en laat horen hoe natuurlijk verschillende bronnen hier bij elkaar passen. In Lone Pilgrim kan het tempo vervolgens veel lager liggen. De kleine klankverschillen krijgen daardoor meer betekenis.

Het bluesachtige Come On In My Kitchen biedt een ander gezicht zonder de samenhang te verbreken. De arrangementen blijven beknopt en de oorspronkelijke liedjes herkenbaar. Crooked Still hoeft het materiaal niet helemaal uiteen te halen om er iets nieuws mee te doen.

Afsluiter Wind and Rain haalt veel kracht uit terughoudendheid. De stem, cello en gastviool laten de sombere geschiedenis rustig doorklinken. Het past bij een album dat voortdurend vertrouwen heeft in zijn melodieën. Shaken by a Low Sound is warm, inventief en direct, met genoeg eigen karakter om meer te zijn dan een zorgvuldig uitgevoerd eerbetoon aan de traditie.