Follow Me Down
Follow Me Down laat Sarah Jarosz verder kijken dan haar bluegrassbasis. Banjo, mandoline en gitaar blijven belangrijk, maar de liedjes kunnen evengoed naar folk, pop of een jazzachtig instrumentaal stuk bewegen. Die nieuwsgierigheid maakt de plaat interessant. Jarosz klinkt zelfverzekerd genoeg om verschillende mogelijkheden te proberen zonder overal dezelfde uitkomst te zoeken.
Run Away begint donker en krijgt door de zang en gitaar een verzorgd, eigentijds karakter. Het nummer zet de ambitie van de plaat meteen neer. De tekst voelt wel wat algemener dan het sterkere materiaal dat volgt. De overtuiging zit hier eerder in de klank dan in de woorden.
In My Muse vallen die onderdelen beter samen. De mandoline begint gespannen en eenzaam, waarna strijkers de refreinen meer warmte geven. De rustige bezetting houdt de melodie en de zang dichtbij. Dat maakt het een van de meest overtuigende liedjes van het album.
Annabelle Lee verbindt een tekst van Edgar Allan Poe aan een melodie met een oud-Appalachisch karakter. De ritmische banjo en mandoline geven het nummer beweging zonder het verhaal te verdringen. Floating In The Balance heeft een vergelijkbare vaart, terwijl Old Smitty de meer instrumentale, jazzachtige kant laat horen.
De covers passen binnen die brede blik. Bob Dylans Ring Them Bells voelt vanzelfsprekend in deze omgeving. Radioheads The Tourist, met de Punch Brothers, is een gedurfder keuze. Het akoestische arrangement heeft mooie details, al maakt de langzame zang het nummer minder beweeglijk dan de beste momenten eromheen.
Niet iedere stap vooruit is dus even raak. Toch blijft de afwisseling aantrekkelijk en draagt Jarosz haar materiaal met een heldere, sterke stem. Follow Me Down heeft genoeg eigen karakter om meer te zijn dan een demonstratie van talent. Vooral wanneer het samenspel en de melodie elkaar vinden, klinkt de plaat bijzonder overtuigend.
