All Ashore

All Ashore

Punch Brothers hoeft op All Ashore minder nadrukkelijk te laten horen hoe knap de band kan spelen. De vijf muzikanten zoeken vaker naar rust, samenhang en ruimte voor een lied. Hun eerste zelfgeproduceerde album bestaat uit negen stukken die als één geheel zijn opgezet. Relaties staan centraal, met de spanningen van de buitenwereld voortdurend in de buurt. Het levert een intiemere plaat op dan de soms uitbundig ingewikkelde voorganger The Phosphorescent Blues.

Het titelnummer is een goede ingang. Banjo en mandoline bewegen boven een vaste contrabaspartij, terwijl de viool een eenzame kleur toevoegt. De afzonderlijke partijen krijgen een gezamenlijk gevoel en geven de zang van Chris Thile een intieme omgeving.

Dat geduld past bij het onderwerp. Het technische vermogen geeft de muziek extra kleur, zonder steeds de voornaamste aantrekkingskracht te worden. De muziek probeert niet elk probleem meteen met een opvallende uitbarsting op te lossen. Ook wanneer de ritmes of melodieën onverwacht veranderen, blijft de groep zoeken naar verbinding tussen de onderdelen. Op The Angel of Doubt krijgt die aanpak een andere vorm. De zang schuift richting gesproken ritmes en invloeden uit hiphop, terwijl de akoestische instrumenten hun eigen karakter houden.

De uitvoering overtuigt niet overal even sterk. Sommige zangpartijen voelen minder soepel dan het instrumentale samenspel. Jumbo blijft bijvoorbeeld vlakker dan de beste momenten van de plaat. Het is een begrijpelijke beperking van een album dat de liedjes nadrukkelijker op de voorgrond zet: een mooi arrangement kan niet alles oplossen.

Toch heeft All Ashore veel om bij stil te staan. De zorg waarmee de instrumenten op elkaar reageren maakt de muziek warm en aandachtig. Het is geen aaneenschakeling van snelle hoogtepunten, maar een bedachtzame plaat met genoeg eigenheid om zijn rustige benadering te dragen.