Universal Favorite
Universal Favorite doet het met één muzikant en houdt toch genoeg ruimte voor afwisseling. Noam Pikelny speelt zonder begeleidingsband en zingt nu ook zelf. Zijn banjo en gitaren hoeven niet voortdurend snel of ingewikkeld te klinken. De melodieën, de klank van een aanslag en de stiltes ertussen bepalen minstens zo sterk de richting.
Waveland opent met beweeglijke, doorlopende figuren. De noten kunnen snel achter elkaar komen, maar de melodie blijft vloeien. Het maakt meteen duidelijk dat een soloplaat geen krappe omgeving hoeft te zijn. Pikelny geeft de banjo genoeg kleur om meer dan een ritmisch instrument te worden.
Sugar Maple en Redbud laten die melodische kant verder horen. De eerste gebruikt ingewikkeldere samenklanken; de tweede heeft een rust die geen grote ondersteuning nodig heeft. De instrumentale stukken houden een mooie balans tussen behendigheid en een herkenbare eigen stemming.
De zang geeft de plaat een ander gezicht. Pikelny heeft een lage, nuchtere stem die goed bij Old Banjo past. In Josh Ritters Folk Bloodbath zet hij de gebeurtenissen zonder veel nadruk neer. Die terughoudendheid kan aangrijpen, al voelt de cover minder avontuurlijk dan zijn eigen instrumentale werk.
The Great Falls verplaatst de aandacht naar de aardse klank van zijn gitaar. Het traditionele Sweet Sunny South gebruikt die andere klankkleur om de melancholie meer gewicht te geven. Pikelny hoeft zijn stem niet groot te maken om iets van verlies over te brengen.
De verschillen tussen zangnummers en instrumentale stukken blijven hoorbaar. Wie vooral voor het inventieve banjospel komt, zal niet elke cover even spannend vinden. Toch houdt de kleine bezetting de muziek persoonlijk en direct. Universal Favorite laat zien hoeveel Pikelny met een duidelijke melodie, goede timing en aandacht voor klank kan bereiken.
