Noam Pikelny Plays Kenny Baker Plays Bill Monroe
De titel vertelt precies wat Noam Pikelny hier doet. Hij neemt Kenny Bakers album met Bill Monroe-composities als uitgangspunt en brengt de leidende melodieën naar de banjo. De volgorde blijft behouden, maar de klank verandert. Het resultaat is een eerbetoon dat genoeg eigen beweging heeft om ook zonder die voorgeschiedenis te overtuigen.
Road to Columbus en Brown County Breakdown laten horen hoe Pikelny bekende melodieën naar zijn hand zet. Het spel klinkt ontspannen en precies tegelijk.
De andere muzikanten maken een groot verschil. Stuart Duncan speelt viool, Ronnie McCoury mandoline, Bryan Sutton gitaar en Mike Bub bas. Ze begeleiden niet alleen de banjo, maar brengen ieder hun eigen stem mee. De heldere productie maakt die onderlinge reacties gemakkelijk te volgen.
Alleen al door de vioolmelodieën op banjo te spelen verandert de klank. Pikelny bewaart de vorm van een melodie zonder zijn instrument ieder detail van het andere te laten imiteren. Het vertrouwde materiaal krijgt een andere stem. Daardoor blijft er een prettig evenwicht tussen herkenning en eigen inbreng in de uitvoering.
Lonesome Moonlight Waltz geeft Duncans weemoedige viool ruimte, terwijl Jerusalem Ridge de vaart opvoert. De verschillen in tempo laten de band uiteenlopende kanten van dezelfde traditie belichten.
Cheyenne begint zacht en warm, met lichtere gitaarpartijen die het geluid opentrekken. De melodie blijft belangrijker dan een technisch huzarenstuk.
Dit is volledig instrumentale bluegrass met veel aandacht voor de traditie. De vernieuwing zit in de uitvoering en de kleine veranderingen in perspectief. Pikelny begrijpt die melodieën goed genoeg om ze opnieuw vorm te geven. Zijn spel en de hechte band maken er een levendig album van dat vooral plezier uitstraalt.
