Drive
Drive laat Béla Fleck werken binnen een sterk akoestisch gezelschap. Zijn banjo staat tussen mandoline, dobro, gitaar, bas en fiddles. De muziek verbindt traditionele bluegrass met zorgvuldig geschreven, soms ingewikkeldere composities. De bezetting heeft genoeg ervaring om de verschillende partijen helder bij elkaar te houden. Het samenspel maakt de plaat meteen aantrekkelijk.
De namen verklaren een deel van die kracht. Sam Bush speelt mandoline, Jerry Douglas dobro en Tony Rice gitaar. Mark Schatz zorgt voor de bas, terwijl Stuart Duncan en Mark O'Connor de fiddlepartijen verzorgen. Fleck hoeft de muziek daardoor niet voortdurend alleen te dragen. Er staat een groep om hem heen die de composities met overtuiging neerzet.
Het beste aan Drive is hoe vanzelfsprekend dat samengaat. De spelers hebben een duidelijke band met de traditie, maar de muziek voelt ook levendig en gezamenlijk. De technische beheersing staat niet los van het plezier in de uitvoering. De arrangementen geven de groep iets om samen vorm aan te geven, in plaats van alleen ruimte voor afzonderlijke prestaties.
Whitewater, Natchez Trace en Sanctuary zijn goede ingangen tot de plaat. Ze maken duidelijk waarom juist de combinatie van Flecks composities en deze bezetting de aandacht verdient. Het is muziek waarbij zowel het geschreven materiaal als de uitvoering van belang blijft.
Toch is niet ieder idee even onderscheidend. Het vertrouwde geluid kan soms weinig verrassen en de groep laat niet overal nieuwe kanten van zichzelf horen. De fiddlepartijen geven de muziek extra kleur, maar kunnen die beperking niet volledig wegnemen.
Drive blijft een degelijk en vaak bijzonder prettig album. De sterke muzikanten en de goed uitgewerkte composities maken het de moeite waard, ook wanneer de plaat minder avontuurlijk is dan haar bezetting misschien doet verwachten.
