Out in the Open

Out in the Open

Out in the Open klinkt als het werk van een band die precies weet hoeveel ruimte een liedje nodig heeft. Steep Canyon Rangers brengen bluegrass, country en folk samen zonder van ieder nummer een demonstratie te maken. Producer Joe Henry houdt de klank warm en direct. De instrumenten en stemmen vormen een hecht geheel, met genoeg lucht om de kleine details te volgen.

Let Me Out of This Town krijgt vaart door de banjo van Graham Sharp. De beweging past bij de wens om weg te komen uit een plek die niet meer als thuis voelt. Het samenspel houdt het nummer levendig, terwijl de melodie duidelijk voorop blijft staan. De muzikale behendigheid heeft hier een helder doel.

Het titelnummer kiest een losser ritme. Mondharmonica en stevige percussie geven het iets speels dat verder gaat dan een gebruikelijke bluegrassbezetting. Going Midwest laat juist veel ruimte tussen stem en gitaar. Die sobere aanpak maakt de droevige stemming direct voelbaar en geeft de plaat een prettig ander tempo.

Best of Me krijgt extra gevoel door de fiddle van Nicky Sanders, die op de zang reageert. Roadside Anthems laat horen hoe de band aandacht doorgeeft: een beweeglijke banjosolo maakt plaats voor een melodieuze mandoline. Niemand hoeft voortdurend het middelpunt te zijn. Juist die onderlinge aandacht geeft de muziek karakter.

De versie van Bob Dylans Let Me Die in My Footsteps gebruikt meerdere stemmen om het protest kracht bij te zetten. De uitvoering past bij een plaat waarop thuis, herinnering en verandering steeds terugkomen. Out in the Open vraagt geen bewondering voor techniek alleen. De belangrijkste kwaliteit zit in de combinatie van herkenbare liedjes, sterke samenzang en muzikanten die goed weten wanneer ze ruimte moeten laten.