Cloudward

Cloudward

Cloudward heeft een uitnodigende klank, maar maakt het de luisteraar nergens te gemakkelijk. Mary Halvorson laat melodieën even helder naar voren komen en geeft de muzikanten daarna ruimte om ervan af te wijken. De muziek blijft herkenbaar, ook wanneer de gitaar plotseling vervormt of een ritme begint te schuiven.

Halvorson werkt opnieuw met haar Amaryllis-sextet. De combinatie van gitaar, vibrafoon, trompet en trombone geeft haar composities veel kleur. Bas en drums zorgen ondertussen voor richting. Juist die verdeling maakt de plaat interessant: je kunt de melodie volgen, maar ook je aandacht verleggen naar een kleine beweging in de begeleiding.

The Gate brengt die partijen zorgvuldig bij elkaar. Het samenspel wordt steeds levendiger zonder zijn vorm te verliezen. The Tower neemt meer tijd. Halvorsons gitaar opent het stuk met een eigenzinnige partij, waarna de vibrafoon en blazers geleidelijk aansluiten. Er ontstaat veel ruimte tussen de instrumenten, terwijl de spanning overeind blijft.

In Desiderata krijgt het ritme een steviger rockkarakter. De helderheid van Patricia Brennans vibrafoon contrasteert met Halvorsons vervormde gitaar. Dat verschil in klank geeft het nummer kracht. Op Incarnadine voegt Laurie Andersons viool weer een andere kleur toe, zonder als een los gastoptreden buiten de groep te vallen.

Afsluiter Ultramarine begint bij Nick Dunstons bas en groeit uit tot een rijker samenspel. De gitaar heeft iets droogs en bluesachtigs, terwijl de andere partijen de melodische ruimte geleidelijk vergroten. Het stuk laat mooi horen hoe een eenvoudig begin kan uitlopen op muziek waarin steeds iets anders de aandacht trekt.

De vele kleine veranderingen vragen concentratie. Niet elke melodie blijft meteen hangen, en Halvorson zet haar gitaar geregeld minder nadrukkelijk neer dan je zou verwachten. Dat past bij de plaat. Cloudward overtuigt als gezamenlijk werk, met voldoende warmte om de ongewone wendingen toegankelijk te houden en genoeg karakter om ze interessant te maken.