Midnight Blue
Midnight Blue haalt veel kracht uit de ruimte die Kenny Burrell laat liggen. Zijn gitaar klinkt warm en helder, met korte melodische zinnen die niet voortdurend hoeven te worden opgevuld. De band houdt het ritme soepel in beweging. Daardoor kan de muziek ontspannen klinken en toch veel aandacht voor detail hebben.
In Chitlins Con Carne geven Ray Barretto's conga's de blues een licht Latijns karakter. Burrell en tenorsaxofonist Stanley Turrentine brengen de melodie eenvoudig naar voren en reageren zorgvuldig op elkaar. De gitaar hoeft niet harder of drukker te worden om de aandacht vast te houden. De kleine pauzes maken de volgende noot juist belangrijker.
Mule neemt meer tijd. De bas en drums houden een rustige beweging vast, terwijl gitaar en saxofoon de ruimte erboven gebruiken. Burrell kiest zijn melodieën duidelijk en Turrentine voegt een vollere, ruwere klank toe. Dat verschil maakt hun samenspel aantrekkelijk zonder de stemming te verstoren.
Op Soul Lament staat de gitaar alleen. Het korte stuk laat goed horen hoeveel gevoel er in Burrells rustige voordracht zit. Het titelnummer brengt de ritmesectie terug en geeft de muziek weer meer vaart. De saxofoon blijft daar weg, waardoor de gitaar een andere plaats binnen de groep krijgt.
De afwisseling blijft ook later merkbaar. Wavy Gravy heeft een wiegende beweging, terwijl het afsluitende Saturday Night Blues directer doorzet. De spelers houden het bluesgevoel steeds overeind, maar voorkomen dat alle nummers op dezelfde manier voortgaan. Het geluid blijft open genoeg om ook bas, drums en percussie te kunnen volgen.
Midnight Blue overtuigt door beheersing en samenspel. De muziek maakt weinig grote gebaren, maar de melodieën en het ritme geven haar genoeg karakter. Burrell gebruikt zijn techniek om een lijn precies goed neer te zetten. Dat levert een toegankelijke jazzplaat op met veel inhoud onder haar rustige buitenkant. De eenvoud van het geluid maakt de zorgvuldigheid van het spel alleen maar beter hoorbaar.
