Sorrow and Extinction

Sorrow and Extinction

Sorrow and Extinction heeft maar vijf nummers nodig om een volledige wereld neer te zetten. Pallbearer speelt traag en zwaar, maar geeft melodie minstens zoveel aandacht als het gewicht van de gitaren. De heldere zang van Brett Campbell maakt de muziek directer dan de lange speelduur misschien doet vermoeden.

Foreigner neemt uitgebreid de tijd voor zijn akoestische opening. Wanneer de versterkte gitaren binnenkomen, voelt dat als een duidelijke verandering in schaal. Het nummer groeit zonder voortdurend haast te maken. De melodieën geven de lange stukken richting en de stem beweegt mee met de grotere uitbarstingen, in plaats van er alleen bovenop te liggen.

Dat samenspel is belangrijk voor de hele plaat. De riffs zijn log en zwaar, maar worden geen losse blokken die steeds opnieuw voorbijkomen. Gitaren en zang bouwen samen aan een beweging. Ook de drums doen meer dan alleen het trage tempo bewaken: ze helpen de overgang van een rustige passage naar een zwaarder moment overtuigend te maken.

In Devoid Of Redemption krijgt die opbouw een bijzonder stevige uitkomst. De muziek wordt dichter en feller zonder de melodieuze lijn kwijt te raken. Het afsluitende Given To The Grave kiest opnieuw voor geduld. De lange rustige aanloop geeft het zware gedeelte later meer effect en laat Campbell de ruimte om de spanning verder op te voeren.

Die aanpak vraagt wel tijd. Wie bij ieder nieuw couplet iets anders wil horen, zal sommige passages lang vinden. Pallbearer gebruikt de herhaling echter om de muziek te laten groeien, niet om gaten te vullen. Sorrow and Extinction is juist zo sterk omdat de zwaarte nooit het enige doel wordt. De heldere zang, de goed geplaatste veranderingen en het herkenbare gitaarwerk maken de sombere stemming voelbaar zonder dat de plaat in één vorm blijft hangen.