Laughing Stock

Laughing Stock

Laughing Stock klinkt vaak alsof de muzikanten zorgvuldig kiezen wat ze weglaten. Een gitaarnoot, een stukje orgel of een kleine beweging van de drums kan daardoor veel gewicht krijgen. Talk Talk maakt de muziek niet eenvoudiger door minder tegelijk te spelen. De onderlinge verhoudingen worden juist belangrijker. Mark Hollis' stem past daar goed bij: zacht en breekbaar, maar moeilijk te negeren.

Myrrhman opent voorzichtig. De afzonderlijke klanken hangen ruim uit elkaar en de zang komt niet nadrukkelijk vooraan staan. Daarna brengt Ascension Day een steviger gitaar en een veel duidelijker ritme binnen. De muziek kan groeien en aandringen, maar de plotselinge afbreking weigert de gewone voldoening van een afgerond rocknummer. Die overgang vraagt even om aanpassing.

After The Flood vindt spanning in een ander soort beweging. De orgelklank en de zang maken een brede omgeving, waar het scherpe gitaarlawaai juist doorheen snijdt. Het nummer kan groot klinken zonder alle ruimte op te vullen. Taphead doet vervolgens nog minder, met losse gitaar en bijna gefluisterde zang. De stilte tussen die onderdelen helpt om de aandacht vast te houden.

In New Grass krijgt het samenspel een soepeler, meer open beweging. De drums en melodieën zorgen voor licht zonder de kwetsbaarheid van de plaat kwijt te raken. Afsluiter Runeii eindigt met rustige gitaar, piano en zang.

Deze muziek geeft haar beste ideeën niet altijd een herhaald refrein. Sommige momenten zijn voorbij voordat je erop rekent, en de rustige stukken vragen aandacht. Daar staat een uitzonderlijk sterke samenhang tegenover. Laughing Stock gebruikt jazz, ambient en gitaarmuziek als onderdelen van dezelfde taal. Talk Talk laat de spanning ontstaan uit zorgvuldig gekozen klanken en krijgt daarmee meer voor elkaar dan veel vollere platen.