Tyrannosaurus Hives
Tyrannosaurus Hives laat horen hoeveel zorg er achter de schijnbare losbandigheid van The Hives zit. De gitaren grijpen strak in elkaar, de drums houden de snelheid onder controle en Pelle Almqvist kan daar met volle kracht overheen schreeuwen. Het klinkt direct, maar nergens alsof de band zomaar wat doet. De gladdere productie geeft kleine veranderingen bovendien de ruimte om op te vallen.
"Abra Cadaver" en "Two-Timing Touch and Broken Bones" zijn korte uitbarstingen waarin weinig wordt verspild. "Walk Idiot Walk" gebruikt de energie anders. De toms houden het ritme in beweging en de zang volgt de korte gitaarakkoorden op de voet. Het nummer laat de spanning langer oplopen zonder zijn vaart kwijt te raken. Die beheersing maakt het minstens zo aantrekkelijk als de snellere stukken.
De grootste verrassing is "Diabolic Scheme". Strijkers en dramatische zang geven de blueswals een andere kleur dan de gebruikelijke garagerock. Het blijft stevig genoeg om op dezelfde plaat te passen. Ook "Love In Plaster" zoekt iets nieuws, met een regelmatig, bijna mechanisch ritme en kronkelende keyboardklanken. De band gebruikt die toevoegingen om de nummers anders te laten bewegen. Het worden geen losse uitstapjes die alleen om de verrassing draaien.
De vertrouwde riffs en zang blijven de hoofdmoot. Wie een radicale verandering zoekt, vindt die hier niet. Daar staat een overtuigende aanscherping van de liedjes tegenover. De refreinen komen snel aan, terwijl het samenspel genoeg details biedt om langer interessant te blijven. In ongeveer een halfuur weet The Hives zowel zijn directe aantrekkingskracht als zijn gevoel voor afwisseling te laten horen. Tyrannosaurus Hives ontleent zijn kracht aan die combinatie: slim genoeg om meer te bieden dan alleen volume, en eenvoudig genoeg om meteen te werken.
