Manipulator

Manipulator

De akoestische gitaren op Manipulator zijn net zo belangrijk als de vervormde elektrische partijen. Ty Segall laat de twee voortdurend tegen elkaar werken. Een zacht aangeslagen akkoord kan de ruimte openen voordat een riff alles weer opvult. De plaat klinkt daardoor voller en verzorgder, zonder dat de onrust uit zijn garagerock verdwijnt. Melodie en geluid krijgen allebei genoeg aandacht.

"The Singer" gebruikt een langzame opbouw en strijkers om een andere stemming neer te zetten. De zang past daar goed tussen. Segall kan een melodie licht laten bewegen, terwijl de instrumenten eromheen meer gewicht krijgen. Het laat horen dat zijn aanpak verder reikt dan een sterke riff en een schreeuw.

Die hardere kant blijft wel volop aanwezig. In "Feel" vormen een hoekige baspartij en onrustige percussie de aanloop naar een gitaaruitbarsting. De omslag heeft effect doordat de ritmes eerst hun werk mogen doen. "It's Over" en "The Crawler" zoeken een directere weg met schurende riffs. Daartegenover bieden "The Hand" en "Tall Man Skinny Lady" melodieën die minder nadrukkelijk binnenkomen, maar wel genoeg karakter hebben om op te vallen.

Ook kleinere toevoegingen helpen. De akoestische gitaar, tamboerijn en synthesizerkleuren rond nummers als "Mister Main" en "The Connection Man" maken het geluid ruimer. De verschillen zitten vaak in de invulling, terwijl de liedjes duidelijk herkenbaar blijven. Segall gebruikt zijn vertrouwde rockinvloeden als materiaal om iets samenhangends van te maken.

Zeventien nummers in bijna een uur is alleen erg veel. Vooral later gaan verwante klanken op elkaar teruggrijpen en wordt de hoeveelheid vermoeiender dan nodig. Een kortere selectie had de sterkste stukken meer ruimte gegeven. Toch blijft Manipulator overtuigend door de combinatie van melodieuze zang, slimme arrangementen en gitaarwerk dat steeds iets losmaakt. De plaat is breed opgezet, maar heeft meestal een duidelijke richting.