TNT

TNT

TNT laat Tortoise ontspannen klinken zonder de muziek achteloos te maken. De drums, gitaren en melodische percussie hebben een natuurlijke plaats naast elkaar. Elektronische bewerkingen blijven aanwezig, maar bepalen niet voortdurend de buitenkant. De band haalt veel uit kleine verschuivingen in ritme en klank. Daardoor werkt de plaat zowel als een rustig geheel als een verzameling heel precieze instrumentale ideeën.

De titeltrack begint met losse drums voordat de gitaren en andere partijen hun plek vinden. De trompet geeft het samenspel later een duidelijke jazzkleur. Het nummer neemt de tijd zonder stil te vallen. De melodie groeit uit de manier waarop de muzikanten elkaar aanvullen, in plaats van boven op een vaste begeleiding te worden gezet.

Ten-Day Interval zoekt zijn kracht in herhaalde percussieve figuren. I Set My Face to the Hillside kiest voor een heel ander beeld, met Spaans aandoend gitaarspel en geluiden van een speelplaats. Zulke details zijn niet alleen vreemd om het vreemd zijn. Ze geven de instrumentale muziek een herkenbare omgeving zonder dat daar een verhaal bij gezongen hoeft te worden.

The Suspension Bridge at Iguazú Falls vindt een vloeiende groove met vibrafoon en gitaar. Verderop laten Almost Always is Nearly Enough en Jetty de elektronische kant nadrukkelijker horen. De plaat blijft zo afwisselend, ook wanneer de algemene stemming ingetogen is.

TNT vraagt minder om grote emoties dan om aandacht voor verhoudingen. Wie steeds op een refrein of een harde climax wacht, mist gemakkelijk waar de muziek naartoe beweegt. Maar de warmte en het sterke samenspel maken die benadering uitnodigend. Tortoise klinkt inventief zonder ingewikkeldheid tot doel te maken. Het album heeft een rustige overtuiging die juist uit de zorgvuldige beweging tussen zijn verschillende onderdelen komt.