Face First

Face First

Face First klinkt als vier zelfverzekerde muzikanten die binnen een gedeelde stijl steeds meer mogelijkheden vinden. Tribal Tech beweegt tussen jazz, funk, blues en rock met grote technische beheersing. De gitaar van Scott Henderson staat duidelijk vooraan, maar de bas van Gary Willis, de toetsen van Scott Kinsey en de drums van Kirk Covington maken dit veel meer dan een begeleidingsgroep voor een gitarist.

Het titelnummer zet die verhouding scherp neer. Een levendige baslijn geeft Henderson een beweeglijke omgeving voor gitaarfrases die zowel uit blues als rock putten. Het spel heeft kracht, terwijl de frasering voorkomt dat de solo een eenvoudige demonstratie van snelheid wordt. De veranderingen passen steeds binnen de groove.

De persoonlijkheid van de band komt op verschillende manieren naar voren. After Hours geeft de toetsen een duidelijker jazzomgeving. Boiler Room zet kort het drumwerk van Covington voorop en voegt weer een andere energie toe. Zulke wisselingen voorkomen dat de arrangementen alleen van de hoofdgitaar afhankelijk zijn.

Boat Gig verandert de stemming opnieuw met leadzang van Covington en een speelse benadering van het geluid van een coverband. De grap werkt doordat de muzikanten genoeg beheersing hebben om die verandering overtuigend te maken. Hun kennis van blues en rock gaat verder dan een verzameling indrukwekkende gitaartrucs.

De heldere productie maakt de afzonderlijke partijen goed te volgen. Sommige klanken en arrangementen blijven wel duidelijk aan hun tijd verbonden. Niet iedere compositie biedt de vrijheid of verrassing die het beste spel belooft. Soms lijkt de band voorzichtiger dan de eigen mogelijkheden nodig maken. Toch houden de inventieve bas van Willis en de expressieve gitaar van Henderson Face First boeiend. De plaat krijgt minstens zoveel karakter van de wisselwerking tussen de spelers als van de moeilijkheid van de muziek.