Good Bad Not Evil
Good Bad Not Evil laat Black Lips iets helderder klinken zonder de onrust uit de muziek te halen. De gitaren blijven goedkoop en vuil aanvoelen, de drums houden het eenvoudig en de zang heeft weinig belangstelling voor keurigheid. Toch is dit meer dan een ruwe rockplaat. De melodieën zijn sterk genoeg om ook tussen de rafels duidelijk overeind te blijven.
Een belangrijk deel daarvan komt uit Jared Swilleys bas. Die staat stevig in de mix en draagt regelmatig de melodische beweging. De gitaren hebben daardoor ruimte om erboven te schuren. Het geeft de songs een herkenbare onderkant, ook wanneer de zang klinkt alsof hij ieder moment uit de bocht kan vliegen.
Bad Kids houdt het bijzonder direct. Het stuiterende ritme en de meezingbare zang maken er een eenvoudig maar raak nummer van. Veni Vidi Vici bewaart eveneens een speelse kant. De band heeft geen ingewikkelde ontwikkeling nodig om een goede melodie en een herkenbare stemming neer te zetten.
Cold Hands gebruikt een twangende gitaar en een surfachtige solo om zijn vaart meer kleur te geven. Transcendental Light laat een zachtere, bluesachtige kant horen. Dat verschil is belangrijk: de plaat vertrouwt niet alleen op dezelfde harde beweging. Black Lips kan terugschakelen zonder meteen zijn karakter kwijt te raken.
Niet alles klinkt nieuw en de afwisseling tussen stijlen kan aanvankelijk wat rommelig voelen. De ruwe stemmen zullen ook niet iedereen overhalen. De aantrekkingskracht zit vooral in de manier waarop de band bekende vormen naar zich toe trekt. Onder het slordige oppervlak staan goede songs die niet voortdurend om uitleg vragen. Good Bad Not Evil is vrolijk, soms een beetje duister en vrijwel steeds levendig. De band klinkt vrij genoeg om plezier te maken, maar heeft meer controle dan de eerste indruk doet vermoeden.
