Orc

Orc

Orc laat Thee Oh Sees veel kanten op bewegen zonder hun ritmische kracht kwijt te raken. De gitaren kunnen hard en scherp klinken, maar orgel, synthesizer en langere instrumentale passages trekken de songs regelmatig open. Twee drummers geven het geheel een beweeglijke basis. Het is drukke muziek waarin de verschillende onderdelen verrassend goed op elkaar reageren.

The Static God begint meteen met vaart. De gitaar schiet langs een hard doorwerkend ritme en de korte zanguitroepen geven iets pakkends aan de onrust. John Dwyers stem zit verder vrij diep tussen de instrumenten. Daardoor komt vooral het gezamenlijke geluid naar voren, eerder dan een tekst die de aandacht stuurt.

Animated Violence maakt de riffs zwaarder. De drums geven die beweging extra accenten en blijven meer doen dan alleen het tempo aangeven. Cooling Tower kiest juist voor een springend, gelijkmatig ritme. Zo krijgt de kracht van de ritmesectie verschillende vormen, zonder dat de songs hun onderlinge band verliezen.

Keys to the Castle verandert al vroeg van karakter. Na een direct begin neemt de muziek gas terug en krijgen orgel en strijkers veel meer ruimte. Paranoise werkt op een andere manier met kleur: elektronische geluiden bewegen rond de song en maken de sfeer tegelijk speels en ongemakkelijk. De band gebruikt de extra instrumenten om echt iets te veranderen.

Die lange omwegen vragen wel geduld. Wie vooral korte garagepunk zoekt, krijgt geregeld meer uitwerking dan nodig lijkt. De dichte klank helpt ook niet om meteen ieder detail te horen. Toch blijft de energie sterk genoeg om de plaat bij elkaar te houden. Raw Optics geeft de drummers nog uitgebreid de ruimte en maakt duidelijk waarom dit werkt: ook wanneer de gitaar terugstapt, heeft het samenspel genoeg karakter. Orc gebruikt zijn drukte meestal om verder te komen.