Fuzz
Fuzz bouwt zijn debuut op zware riffs, maar laat genoeg beweging tussen de instrumenten over. De gitaren zijn dik vervormd, de bas houdt de muziek stevig bij elkaar en Ty Segall speelt zijn drums nadrukkelijk naar voren. De zang is ruwer dan de vertrouwde hardrockbasis soms doet vermoeden. Daardoor krijgt de plaat naast zijn psychedelische kant ook iets kortaangebonden.
Earthen Gate begint met een onrustige, aangehouden klank voordat de band veel harder inzet. Die overgang werkt goed: het trio gebruikt de aanloop om de eerste echte riff meer gewicht te geven. Sleigh Ride en Hazemaze houden vervolgens veel kracht in de gitaarpartijen. De nummers hebben weinig opsmuk nodig om de aandacht vast te houden.
What's in My Head? geeft de melodie meer ruimte. De zang en harmonieën hebben een lichtere kleur dan de gitaren eromheen. Het is een welkom verschil binnen een album dat verder graag dezelfde donkere klank opzoekt. De toegankelijkere vorm haalt de stevigheid niet weg, maar geeft de plaat wel een duidelijk herkenningspunt.
Loose Sutures laat het samenspel het uitgebreidst werken. De bas blijft zwaar, de gitaar maakt ruimte voor lossere solo's en de drums krijgen een opvallend eigen moment. De tempowisselingen en de langere uitweiding laten horen dat de band meer kan dan één riff lang herhalen. Tegelijk blijft het nummer verbonden met de ruwe basis van de plaat.
De beperkte klankvariatie is wel een nadeel. Bijna alles staat in hetzelfde zware licht, waardoor sommige nummers minder duidelijk van elkaar verschillen. De verwijzingen naar vroege hardrock zijn bovendien gemakkelijk te herkennen. Toch voelt Fuzz levendig genoeg om meer te zijn dan een stijloefening. Vooral de actieve ritmesectie en de combinatie van stevige gitaren met eenvoudige melodieën maken dit een overtuigend debuut.
