II

II

II geeft Fuzz meer ruimte om zijn zware gitaarrock uit te bouwen. De riffs blijven groot en de bas staat stevig onder de muziek, maar de band laat de nummers vaker een andere richting kiezen. Melodieuze passages, tempowisselingen en langere solo's zorgen dat het album meer bevat dan alleen een reeks harde inzetten. Die extra ruimte levert sterke momenten op, al maakt ze de plaat ook behoorlijk lang.

Rat Race en Pollinate geven de vertrouwde aanpak veel kracht. De gitaren houden hun donkere, vroege hardrockkleur en het ritme blijft duidelijk bewegen. Bij Pipe en Bringer of Light zorgen de wisselende tempo's voor meer onrust. De band speelt die veranderingen strak genoeg om de samenhang te bewaren, zonder alles voorspelbaar te maken.

Let It Live begint vanuit de bas en laat rustigere zang toe voordat de gitaarpartijen uitlopen. Het nummer gebruikt een lichtere melodische kant zonder zijn gewicht helemaal kwijt te raken. Say Hello haalt weer veel uit de drums en een opvallend toegankelijke melodie. Zulke momenten voorkomen dat de plaat uitsluitend om de dikte van de gitaren draait.

Silent Sits the Dust Bowl brengt met zijn strijkers eerst meer rust. Wanneer het nummer later openbreekt, krijgt de vertrouwde vervorming daardoor extra effect. Het lange titelnummer aan het einde vertrouwt juist sterk op het uithoudingsvermogen van de muzikanten. Hun samenspel kan veel dragen, maar niet iedere uitweiding maakt het liedje zelf interessanter.

Met veertien nummers en ruim een uur muziek vraagt II flink wat tijd. Een kortere selectie had de beste ideeën waarschijnlijk scherper bij elkaar gezet. Ook de songwriting maakt een kleinere sprong dan het grotere geluid suggereert. Toch is de plaat overtuigend wanneer ritme, melodie en gitaarwerk tegelijk blijven bewegen. Fuzz heeft genoeg onderling vertrouwen om de riffs open te trekken en daar echt iets mee te doen.