Keeper of the Seven Keys, Part II
Keeper of the Seven Keys, Part II kiest nadrukkelijk voor grote melodieën. Helloween houdt de snelheid en het precieze gitaarwerk vast, maar geeft Michael Kiske veel ruimte boven de instrumenten. Zijn hoge, theatrale stem bepaalt een groot deel van het karakter. De beste nummers verbinden die uitbundigheid aan riffs en refreinen die direct blijven hangen.
Eagle Fly Free laat die combinatie overtuigend horen. De snelle drums dragen een groot, opgewekt refrein, terwijl de gitaren genoeg beweging toevoegen om het nummer stevig te houden. Kiske zet zijn bereik volop in. Dat is een uitgesproken smaak, maar de energie van de uitvoering maakt veel goed.
Dr. Stein benadert het lichter. De humor en het springerige ritme geven het nummer een andere kleur, zonder dat de herkenbare gitaarklank verdwijnt. Het is een van de duidelijkste voorbeelden van hoe goed de band een pakkende, eenvoudig te volgen song kan maken.
I Want Out is eveneens erg direct. Een sterke gitaaropening leidt naar een refrein dat nauwelijks uitleg nodig heeft. De instrumentale vaardigheid staat hier in dienst van de vorm. Ook March of Time profiteert van een sterke riff en een refrein met veel vaart en overtuiging.
De langere ambitie is minder overtuigend uitgewerkt. Het ruim dertien minuten durende titelnummer heeft goede onderdelen, maar de overgangen maken er niet steeds een sterk geheel van. Ook de zang kan op zijn nadrukkelijkste momenten meer aandacht vragen dan een song nodig heeft. Daardoor is het album minder gelijkmatig dan de beste losse nummers doen vermoeden.
Toch blijft er veel over om van te houden. De gitaren, de nauwkeurige drums en Kiskes bereik geven de melodieën kracht. Deze plaat werkt het beste wanneer Helloween zijn mogelijkheden bundelt rond een duidelijke song. Op die momenten is de uitbundigheid geen versiering, maar precies het punt.
