The Black Halo

The Black Halo

The Black Halo begint met een dreiging die Kamelot de rest van de plaat goed weet vast te houden. March Of Mephisto bouwt langzaam en zwaar op, met ruwe gastzang die extra spanning toevoegt. Wanneer When The Lights Are Down daarna versnelt, voelt dat als een bewuste verandering van perspectief. Deze band kan groot en uitbundig klinken, maar kiest zijn momenten zorgvuldig.

Roy Khan speelt daarin een belangrijke rol. Zijn stem heeft de kracht die bij powermetal past, terwijl de lagere, rustigere passages minstens zo overtuigend zijn. Hij maakt de dramatiek voelbaar zonder voortdurend op maximale hoogte te zingen. Thomas Youngblood geeft hem stevige gitaarpartijen mee, maar laat in zijn spel genoeg ruimte voor de melodie en de andere instrumenten. Daardoor blijft het geluid ook bij de volle arrangementen overzichtelijk.

The Haunting (Somewhere In Time) en Soul Society laten horen hoe direct de nummers kunnen zijn. Het eerste leunt op sfeer en zang, het tweede heeft een compactere, voortvarende aanpak. Abandoned brengt de muziek terug naar piano, strijkers en emotionele zang. Die zachtere kant is een wezenlijk onderdeel van het album: de donkere kleur komt niet alleen uit zware gitaren, maar ook uit de kwetsbaarheid van de melodieën.

Het verhaal sluit aan op Epica en haalt zijn inspiratie uit Faust. De korte tussenspelen helpen de nummers binnen dat grotere verband te plaatsen. Je hoeft het verhaal echter niet volledig uit te zoeken om de plaat te waarderen. Memento Mori werkt bijvoorbeeld ook als een zorgvuldig opgebouwd lang nummer, waarin de rustige opening en grotere symfonische passages elkaar goed aanvullen.

The Black Halo vraagt aandacht, maar maakt de toegang zelden lastig. De afwisseling tussen stevige songs, ingetogen zang en uitgebreidere arrangementen blijft helder. Het resultaat is een bijzonder sterke plaat waarop de ambitie steeds wordt gedragen door goede melodieën en overtuigend spel.