Epica
Kamelot maakt van Epica een verhaal dat ook zonder uitleg blijft werken. De plaat uit 2003 gebruikt Goethe's Faust als uitgangspunt, maar de muziek vraagt niet steeds om een tekstboek ernaast. Snelle metal, rustige passages en korte tussenspelen houden het geheel in beweging. De samenhang is belangrijk, terwijl de beste nummers ook prima op zichzelf kunnen staan.
Center of the Universe en Farewell zorgen vroeg voor vaart. De refreinen zijn herkenbaar en de gitaren blijven stevig genoeg om het orkestrale geluid te dragen. Roy Khan is daarbij de belangrijkste stem, in meer dan één betekenis. Hij kan veel kracht zetten, maar maakt de melodieën ook met een zachtere aanpak overtuigend. Zijn wisselingen geven het verhaal meer gevoel dan een voortdurend opgevoerde zangprestatie zou doen.
Thomas Youngblood speelt met veel souplesse. Zijn gitaarwerk hoeft niet telkens naar voren te springen om iets toe te voegen. De ritmesectie houdt de drukkere arrangementen bij elkaar, zodat de verschillende lagen niet los van elkaar gaan klinken. De korte intermezzo's werken vooral als verbindingen tussen de nummers. Ze bepalen de sfeer zonder de hele plaat over te nemen.
Toch is Epica niet overal even direct. Sommige stukken vragen meer aandacht voordat hun melodieën blijven hangen, en de tragere passages halen de vaart soms uit de luisterbeurt. Daar staat tegenover dat Wander en On the Coldest Winter Night de zachtere kant van deze band overtuigend laten horen. Dat contrast is een wezenlijk deel van de plaat.
Tegen het einde trekt Kamelot de spanning weer aan. The Mourning After (Carry On) en III Ways to Epica geven het slot voldoende kracht om het grotere geheel te dragen. Epica vraagt wat tijd en concentratie, maar biedt daar zorgvuldig opgebouwde melodieuze metal voor terug. Het verhaal vergroot de impact van de nummers zonder hun plaats in te nemen.
