Irreligious
Op Irreligious maakt Moonspell de gotische kant van zijn muziek duidelijker. De felheid van black metal is niet helemaal verdwenen, maar de plaat uit 1996 vertrouwt sterker op diepe zang, toetsen en herkenbare melodieën. Het geluid blijft zwaar genoeg om als metal te overtuigen. De grootste verandering zit in de manier waarop sfeer de nummers stuurt.
Opium heeft daar weinig tijd voor nodig. Het nummer is kort en direct, met een stevig ritme en gitaarwerk dat snel blijft hangen. Fernando Ribeiro laat zijn heldere stem en grunts naast elkaar werken zonder dat het geheel uit elkaar valt. Het is een sterke ingang tot de plaat, omdat de verschillende kanten van de band meteen hoorbaar worden binnen één overzichtelijk nummer.
Awake kiest voor meer nadruk op de donkere stemming. De zang kan van een gedragen benadering naar een felle uitbarsting gaan, terwijl de begeleiding het gewicht vasthoudt. Ook de toetsen hebben een duidelijke taak: ze bepalen mede de kleur van de muziek en vullen meer in dan alleen de ruimte tussen de gitaarpartijen. Moonspell klinkt daardoor minder afhankelijk van voortdurend hard spelen.
Ruin and Misery laat horen hoe goed die aanpak samen kan gaan met een pakkend refrein. Het oorspronkelijke album eindigt met Full Moon Madness, dat vanuit een heldere gitaaropening verder de trage zwaarte in beweegt. De tegenstelling tussen melodie en dreiging krijgt daar voldoende tijd om zich te ontwikkelen. Het is een ruimere compositie zonder dat de band zijn herkenbare toon verliest.
Die nadruk op sfeer heeft ook een keerzijde. Niet ieder gitaaridee is even opvallend en sommige passages leunen sterker op de aankleding dan op hun eigen ontwikkeling. Toch wegen de beste melodieën en de afwisseling in zang daar ruim tegenop. Irreligious biedt een overtuigende combinatie van stevige metal en gothic rock, met genoeg duidelijke nummers om meer te zijn dan alleen een donkere omgeving.
