Obsidian
Paradise Lost hoeft op Obsidian niet te kiezen tussen zware doom metal en zijn liefde voor gothic rock. De plaat uit 2020 laat die kanten naast elkaar bestaan en geeft ze een gedeelde sombere toon. Nick Holmes kan diep en beheerst zingen, maar ook weer stevig grommen. De gitaarmelodieën van Gregor Mackintosh houden de verschillende vormen van zwaarte bij elkaar.
Darker Thoughts begint betrekkelijk klein. Akoestische gitaren en ingetogen zang zetten de stemming neer, waarna de muziek aanzienlijk zwaarder wordt. De overgang maakt de emotie groter zonder dat er een andere band lijkt binnen te stappen. Het is een sterke opening omdat zowel de rustige als de harde kant betekenis heeft. Geen van beide voelt als een verplicht opstapje naar de ander.
Ghosts kiest voor een ander ritme. De gothic-rockinvloed geeft het nummer een stevigere pas en een refrein dat snel blijft hangen. Dat directe karakter past goed bij de donkere zang. Ook wanneer de plaat meer beweging krijgt, blijft de herkenbare droefheid aanwezig. Het verschil met de zwaardere stukken maakt het album levendiger zonder de samenhang te verbreken.
Ending Days bouwt de spanning verder op en geeft het leadgitaarwerk een belangrijke plaats. Ravenghast trekt het oorspronkelijke album vervolgens weer nadrukkelijk de doom in. De trage zwaarte en de ruwe zang vormen een overtuigend slot na alle verschillende benaderingen van dezelfde stemming. Mackintoshs melodieën geven die donkere omgeving steeds iets om aan vast te houden.
De kwaliteit blijft niet overal even hoog. Hope Dies Young biedt minder ontwikkeling en niet elk refrein is even sterk. Daardoor is Obsidian geen ononderbroken reeks hoogtepunten. Toch slaagt de plaat in iets belangrijkers dan alleen bekende stijlen afvinken: de verschillende kanten van Paradise Lost klinken als onderdelen van één geheel. De beste nummers hebben genoeg eigen karakter om ook los daarvan te overtuigen.
