Burdens

Burdens

Burdens zoekt zijn kracht in terughoudendheid. Ava Inferi laat de gitaren traag bewegen en geeft de zang van Carmen Simões een plek tussen de instrumenten. Ze staat niet voortdurend op de voorgrond. Daardoor voelt de muziek als één samenhangend, donker geheel, waarin een kleine verandering in klank soms belangrijker is dan een groot refrein.

Rune Eriksen gebruikt vooral akkoorden, losse gitaarlijnen en subtiele verschillen tussen akoestische en elektrische klanken. Dat geeft de plaat een koude buitenkant, maar het geluid heeft ook zachtere plekken. De rustige passages bieden de stem ruimte zonder haar meteen los te maken van de begeleiding. De muziek vraagt om aandacht voor de manier waarop die onderdelen in elkaar schuiven.

The Shrine brengt met piano wat meer kleur in de sombere omgeving. Zulke momenten werken goed omdat ze de sfeer aanvullen in plaats van haar plotseling te vervangen. De nummers beginnen vaak eenvoudig en worden geleidelijk voller. Dat geeft de langzame muziek beweging, ook wanneer het tempo nauwelijks verandert.

Vultos valt extra op. De Portugese zang, helderdere gitaarpartijen en zachtere percussie geven het nummer een ander ritmisch gevoel. Het blijft bij de plaat passen, maar opent even een raam in de donkere klank. De lange afsluiter Fate of Mountains zoekt juist meer gewicht in opeengestapelde gitaren. Het is een sterke sfeer, al blijft een duidelijke ontlading uit.

Daar zit ook de beperking van Burdens. De afzonderlijke stukken ontwikkelen zich, maar samen kunnen ze wat stil blijven staan. Sommige zwaardere momenten voegen minder toe dan de rustigere details ervoor. Toch heeft het debuut een eigen karakter. De stem en gitaren krijgen de kans om samen iets op te bouwen zonder steeds op effect te jagen. Voor wie geduld heeft met langzame, sfeervolle metal biedt Ava Inferi een boeiende eerste kennismaking.