Lovers

Lovers

Lovers laat een rustige kant van Nels Cline horen die toch genoeg vreemdheid overhoudt. Zijn gitaar staat midden in een kamerorkest, met arrangementen van Michael Leonhart. Strijkers, blazers en percussie geven de muziek een rijke omlijsting. De plaat zoekt romantiek, maar de schaduwen in het geluid maken het interessanter dan alleen een verzameling zachte melodieën.

Glad To Be Unhappy brengt die balans helder naar voren. De gitaar beweegt soepel door een arrangement dat ruimte laat voor de verschillende instrumenten. Het geluid is verzorgd en intiem, ook met zoveel muzikanten. Cline hoeft zijn expressie niet uit grote uitbarstingen te halen; kleine bewegingen in een melodie zijn vaak genoeg.

Op Cry, Want krijgt de muziek meer open ruimte. De gitaar kan een noot laten hangen en de klank laten veranderen, terwijl het ensemble de sfeer blijft dragen. Dat gevoel voor terughoudendheid verbindt oudere jazzstukken met minder vanzelfsprekende keuzes uit ander repertoire.

Snare, Girl, oorspronkelijk van Sonic Youth, past daardoor zonder grote stijlbreuk in het programma. De gitaar en de orkestklanken geven het nummer een ander perspectief. Het avontuurlijke zit hier vaak in de keuze en de inkleuring van het materiaal, niet in een demonstratieve verstoring van ieder liedje.

Het uitgebreide programma vraagt wel aandacht. Tussen de vele stukken zitten momenten waarop de beweging minder duidelijk is en de sfeer wat lang blijft hangen. De zachte klank maakt de lengte niet automatisch licht. Afsluiter The Bond geeft de plaat gelukkig een duidelijk melodisch rustpunt, met gitaar die vanuit een eenvoudige basis aan kracht wint.

Lovers werkt het best als je het de tijd geeft. Cline houdt zijn eigen karakter binnen een groot arrangement, met genoeg warmte om dichtbij te komen en genoeg onrust om de romantiek niet te glad te maken.