Karibu
Karibu laat horen hoe gemakkelijk ingewikkelde muziek kan bewegen. Lionel Loueke speelt met bassist Massimo Biolcati en drummer Ferenc Nemeth, een trio dat veel vertrouwen in elkaar heeft. De gitaar is helder, maar kan door effecten ook een andere klank krijgen. Zang en kleine mondgeluiden vormen een deel van het ritme, in plaats van alleen boven de instrumenten te liggen.
Het titelnummer zet die open benadering neer. De ritmische verdeling is minder eenvoudig dan de ontspannen beweging doet vermoeden. De muzikanten laten je vooral de melodie en de groove volgen. De techniek blijft een middel om samen iets levendigs te maken.
Op Seven Teens schuift Herbie Hancock aan. Zijn piano geeft de gitaarmelodie stevige antwoorden en voegt een beweeglijke solo toe. Wayne Shorter sluit aan op Naima. Loueke benadert de bekende compositie van John Coltrane met een bijzondere gitaarkleur en subtiele percussie. De sopraansaxofoon brengt de melodie helder naar voren zonder die omgeving weg te drukken.
Light Dark neemt meer tijd en brengt beide gasten samen. Vanuit een rustig begin groeit een vrijer gesprek, met ruimte voor veranderende harmonieën. De bekende namen passen binnen het trio in plaats van het over te nemen. Agbannon Blues kiest vervolgens een directer funkgevoel. Bas en drums geven Loueke genoeg steun om zijn gitaarspel verder open te trekken.
De verzorgde productie heeft wel een keerzijde. Sommige dynamische verschillen worden gladder dan goed is voor de muziek, waardoor de spannendere details minder scherp uitkomen. Toch blijft de muzikale persoonlijkheid duidelijk. Karibu is warm en toegankelijk, met genoeg eigen ritmiek en klank om verder te gaan dan een prettige achtergrond. Vooral het vertrouwen tussen de spelers maakt deze combinatie overtuigend.
