Good Dog, Happy Man
Good Dog, Happy Man vindt avontuur in kleine verschuivingen. Bill Frisell verbindt country, blues en jazz zonder de verschillende kanten nadrukkelijk te presenteren. Een eenvoudige melodie kan lang blijven staan, terwijl de klanken eromheen langzaam veranderen. De plaat heeft een ontspannen tempo, maar klinkt daardoor niet vanzelfsprekend.
De bezetting maakt veel mogelijk. Greg Leisz voegt onder meer pedalsteel en dobro toe, Wayne Horvitz speelt toetsen en Viktor Krauss en Jim Keltner houden de muziek soepel in beweging. Frisells gitaar hoeft niet steeds naar voren. De instrumenten kunnen een sfeer samen dragen, met een klein antwoord of een onverwachte klank als voldoende verandering.
Dat hoor je in Cadillac 1959, waar de orgelpartijen een extra richting geven aan de gitaarmelodie. Cold, Cold Ground heeft een steviger bluesgevoel, maar de vreemde klankdetails voorkomen dat het een gewone boogie wordt. De plaat kan aards en ongrijpbaar tegelijk klinken.
Op Shenandoah (For Johnny Smith) sluit Ry Cooder aan. De gitaren maken de bekende melodie ruimtelijk en ingetogen. Het titelnummer kiest een kleinere schaal, met grotendeels akoestisch, getokkeld spel dat eenvoudiger klinkt dan het in elkaar zit. Afsluiter Poem for Eva laat vervolgens zien hoe sterk een duidelijke melodie binnen deze aanpak kan werken.
Sommige vroege stukken blijven erg terughoudend. Als je vooral directe spanning zoekt, kan de plaat even nodig hebben om op gang te komen. Ook de loops en studiokleuren vragen soms meer aandacht dan het ontspannen oppervlak doet vermoeden. Toch geeft juist die combinatie het album karakter. Good Dog, Happy Man maakt vertrouwde muzikale vormen net vreemd genoeg om ze opnieuw te horen, met warmte en melodie als vaste basis.
