Forfolks

Forfolks

Op Forfolks heeft Jeff Parker genoeg aan een gitaar en effecten. Hij bouwt kleine patronen op en speelt daar nieuwe lijnen langs, waardoor een soloplaat soms als een gesprek tussen verschillende muzikanten klinkt. De klank blijft helder en uitnodigend. De techniek maakt de ruimte groter, zonder dat het menselijke spel verdwijnt.

De korte opening Off Om laat meteen horen hoe dat werkt. Melodische figuren grijpen in elkaar en geven een eenvoudig idee meerdere richtingen. Four Folks kiest een rustiger, golvende beweging. De herhaling biedt houvast, terwijl kleine veranderingen in melodie en klank de aandacht vasthouden.

Parker kan de middelen ook opzijzetten. My Ideal blijft dicht bij de melodie en laat vooral de warmte van zijn gitaar spreken. Dat maakt het verschil met Suffolk duidelijker. Daar ontstaan zachte lagen en korte, stotende zinnen die elkaar afwisselen en aanvullen. Er is geen aparte ritmesectie nodig om toch beweging te voelen.

Op Ugly Beauty verandert een bekende compositie van Thelonious Monk geleidelijk van kleur door een langer aangehouden achtergrond. De melodie blijft herkenbaar, ook wanneer de ruimte eromheen minder vast wordt. Parker gebruikt effecten om een nummer verder open te maken.

Het langste stuk, Excess Success, geeft die aanpak veel tijd. Herhaalde figuren en nieuwe gitaarlijnen vormen samen een beweeglijk geheel. Wie duidelijke coupletten, snelle climaxen of voortdurend nieuw materiaal verwacht, zal geduld moeten hebben met de terugkerende patronen. Het plezier zit juist in wat er binnen zo'n beperkte basis verandert.

Forfolks laat zich gemakkelijk beluisteren, maar is zorgvuldig genoeg opgebouwd om er aandachtig bij te blijven. Parker heeft weinig nodig om een eigen wereld neer te zetten. De plaat bewijst vooral hoe rijk één instrument kan klinken wanneer melodie, herhaling en improvisatie elkaar voldoende ruimte geven.